ECDL, het Europees Computer Rijbewijs, bestaat
uit zeven modules. Elk van deze modules behandelt een specifiek onderwerp.
Dat varieert van tekstverwerking tot het maken van presentaties. Ook internet
& e-mail is een aparte module. Je doet examen per module. De volgorde bepaal
je zelf. Klik hier voor ons aanbod.
Alle modules, behalve de eerste, zijn een test van praktische vaardigheden.
De rode draad is de realiteit – wat je elke dag meemaakt achter een computer.
Om de modules te kunnen afleggen, heb je een ECDL modulekaart nodig. Dat
is een persoonlijk waardedocument waarop de behaalde modules worden bijgehouden.
Een modulekaart is drie jaar geldig, vanaf het moment dat je het eerste
module-examen behaalt.
De zeven modules zijn:
1. Basisbegrippen van Informatietechnologie (IT)
2. De computer gebruiken en bestanden beheren
3. Tekstverwerking
4. Spreadsheets
5. Databases
6. Presentaties
7. Informatie en Communicatie
Hieronder vindt u een uitgebreide beschrijving per module; wat wordt er
van de ECDL kandidaat verwacht tijdens de module-examens. Iedere keer als
er over de kandidaat wordt gesproken in de hij-vorm, wordt vanzelfsprekend
ook gerefereerd aan vrouwelijke kandidaten.
1. Basisbegrippen van Informatietechnologie (IT)
De kandidaat heeft begrip van enkele van de voornaamste basisbegrippen van
IT op een algemeen niveau. Daarnaast heeft hij kennis van de opbouw van
de PC, zowel van de hardware als van de software en van enkele van de basisbegrippen
van informatietechnologie (IT) zoals gegevensopslag en geheugen. Hij begrijpt
hoe informatienetwerken worden gebruikt in de computerwereld en is op de
hoogte van het nut van toepassingen van computersoftware in het dagelijks
leven. De kandidaat kent de gezondheids- en veiligheidsaspecten evenals
enkele milieufactoren met betrekking tot het gebruik van computers. Hij
is op de hoogte van enkele van de voornaamste aspecten van beveiliging en
wetgeving die samenhangen met het gebruik van computers.
2. De computer gebruiken en bestanden beheren
Deze module vereist kennis en bekwaamheden in het gebruik van de basisfuncties
van een PC en het besturingssysteem ervan. De kandidaat is in staat de voornaamste
basisinstellingen aan te passen, de ingebouwde helpfuncties te gebruiken
en kan omgaan met een niet reagerende toepassing. Hij kan effectief omgaan
met het bureaublad en werken met pictogrammen en vensters. De kandidaat
kan bestanden en mappen beheren en organiseren, weet hoe deze kunnen worden
gekopieerd, verplaatst en gewist čn kan bestanden in- en uitpakken. De kandidaat
begrijpt wat een computervirus is en kan een anti-virusprogramma gebruiken.
En hij kan eenvoudige opdrachten voor tekstverwerking uitvoeren en mogelijkheden
voor afdrukbeheer binnen het besturingssysteem gebruiken.
3. Tekstverwerking
In deze module toont de kandidaat aan dat hij een tekstverwerkingstoepassing
op een computer kan gebruiken. De kandidaat kan dagelijkse taken uitvoeren
die samenhangen met het maken, opmaken en afwerken van kleine tekstverwerkingsdocumenten
zodat ze gereed zijn voor verspreiding. Hij kan tevens tekst binnen en tussen
documenten kopiëren en verplaatsen. De kandidaat is bekwaam in het gebruik
van enkele van de functies die samenhangen met tekstverwerkingstoepassingen
zoals het maken van standaard tabellen, het gebruik van illustraties en
figuren binnen een document čn het gebruik van samenvoegfuncties.
4. Spreadsheets
De kandidaat snapt de basisbegrippen van spreadsheets en is in staat een
spreadsheetprogramma op een computer te gebruiken. De kandidaat kan taken
uitvoeren die samenhangen met het ontwikkelen, opmaken, aanpassen en gebruiken
van een spreadsheet van beperkte omvang en kan die gereed maken voor verspreiding.
Hij maakt eenvoudige wiskundige en logische bewerkingen met behulp van eenvoudige
functies en formules. En de kandidaat is bekwaam in het maken en opmaken
van grafieken.
5. Databases
De kandidaat begrijpt enkele van de voornaamste basisbegrippen van databases
en is in staat een database op een computer te gebruiken. De kandidaat kan
tabellen, queries, formulieren en rapporten maken en wijzigen en kan uitvoer
voorbereiden zodat deze klaar zijn voor verspreiding. De kandidaat kan tabellen
lezen en informatie uit een database halen en manipuleren met behulp van
zoek- en sorteerfuncties in het pakket.
6. Presentaties
In deze module toont de kandidaat aan dat hij bekwaam is in het gebruik
van presentatiehulpmiddelen op een computer. De kandidaat voert taken uit
als het maken, opmaken, wijzigen en het voorbereiden van presentaties met
verschillende dia lay-outs voor vertonen en uitgeprint verspreiden. Hij
is in staat tekst, plaatjes, afbeeldingen en grafieken binnen de presentatie
en tussen presentaties te kopiëren en te verplaatsen. De kandidaat kan algemene
handelingen uitvoeren met afbeeldingen, grafieken en getekende objecten
en kan tevens verscheidene effecten in diavoorstellingen toepassen.
7. Informatie en communicatie
Informatie en Communicatie is verdeeld in twee hoofdstukken. Het eerste
deel – Informatie - verwacht van de kandidaat inzicht in enkele van de begrippen
die samenhangen met het gebruik van het Internet en kennis van enkele van
de veiligheidsoverwegingen. De kandidaat kan algemene zoektaken uitvoeren
met een webbrowser en beschikbare zoekmachines. Hij kan websites aan de
lijst van favorieten toevoegen en webpagina's en zoekresultaten uitprinten.
De kandidaat kan navigeren binnen formulieren op een website en kan deze
invullen.
In het tweede deel – Communicatie - wordt van de kandidaat verwacht dat
hij inzicht heeft in enkele van de begrippen van elektronische post (e-mail)
snapt en van enkele van de veiligheidsoverwegingen die samenhangen met het
gebruik van e-mail. De kan-didaat toont aan in staat te zijn e-mail software
te gebruiken voor het verzenden en ontvangen van berichten en kan bestanden
bij e-mailberichten voegen. De kandidaat kan binnen e-mail software berichtenmappen
organiseren en beheren.